Plaktafel
Ik ging zitten en probeerde een viltje onder mijn boekje te schuiven.
‘Die machine ziet dit toch ook?’ dacht ik, kijkend naar de plakkerige vlekken op de tafel. Het was ook nog eens de enige tafel die daar last van had.
De man tegenover mij keek indringend naar het boekje.
‘Wat is dat?’ zei hij, het boekje een knikje gevend.
‘Bent u uw bril kwijt?’
‘Die bestaan al even niet meer, net als dat soort boekjes.’ Hij gaf weer een knikje.
Ik schreef het op.
‘Eet u ook wat? Heeft u al een smaakprofiel?’
Ik schreef ‘smaakprofiel’ op. Er kwam een broodje op tafel. Ik keek hem vragend aan.
‘Gaat vanzelf nu, wat ik wanneer en waar wil eten.’
‘Ah, maar niet dat de tafel plakt?’ zei ik enigszins opgetogen. Ik meende een fout in de machine gevonden te hebben.
‘Nee, dat hoort hier zo, doen ze ook moeite voor’, zei hij, terwijl hij probeerde zijn maaltijd wat te verschuiven. Zijn ellebogen namen aandachtig plaats op tafel.
‘Dat snap ik niet’, zei ik.
‘Kijk, meneer, alles gaat hier perfect: mijn drankje, mijn broodje, de temperatuur.’ Hij was even stil.
‘Het is gewoon altijd goed.’ Hij zuchtte diep.
‘Dan mis ik vroeger wel, hoor. Je kon altijd zien waar Ria had gezeten: die dronk creamsherry. Die zoete, weet u wel. Dat plakte goed, hoor. Je hoorde de barman alweer van alles mompelen, was echte sfeer, hoor. Snapt u dat? Maar het gemis, daar wilde ik dus wat aan doen.’
Hij probeerde zijn ellebogen op te tillen.
‘Maar ja, temperatuur en dat soort zaken, daar tref je ook de anderen mee, dus zijn we hierop uitgekomen.’
Ik knikte instemmend.
‘Maar als alles goed is, dan is dat dus weer niet zo goed’, merkte ik op.
‘Daar heeft u wel een punt, eigenlijk.’ Zijn ogen glinsterden.
De tafel was in een oogwenk schoon.
Buiten liet een vliegende machine een hond uit. Het regende.
Ik besloot aan mijn smaakprofiel te gaan werken.