tw(a)ist

Wielrenner

Ik zat op een bankje. Zonovergoten ook nog. Het een en ander zoefde snel en efficiënt voorbij. Ik keek het aan.

‘Hier zit anders nooit iemand’, zei een uitgezoefde wielrenner terwijl hij naast mij ging zitten.

‘Oh, zit ik op uw plek?’ vroeg ik voorzichtig.

‘Nee, ik zit altijd hier’, zei hij terwijl hij naar het bankje onder zijn bovenbenen wees.

‘Fijn,’ zei ik opgelucht.

‘U bent niet van hier, hè,’ zei hij, en ik meende een lichte beschuldiging te horen.

‘Sorry,’ zei ik, ‘ik ben hier inderdaad pas net.’

‘Ik mag graag wielrennen,’ zei hij weer, terwijl hij zijn jasje openritste.

‘Ik zie het,’ zei ik, en ik ging wat rechterop zitten.

‘Maar het is toch allemaal anders hoor.’ Hij zette zijn helm af.

‘Oh?’ zei ik, terwijl ik mij naar zijn kant draaide.

‘Ja meneer, ik mag graag wedstrijden doen, weet u wel. Dat is mooi hoor, in zo’n groep en dan om-en-om voorop. 'Kop-over-kop noemen we dat.’ Hij keek alsof hij een wedstrijd aan het doen was.

‘Ik heb wel eens wielrennen gezien, gaat best hard,’ zei ik met de stem van een kenner.

‘Zeker, maar het gaat natuurlijk om het winnen. 'Dat moet ook nog gebeuren natuurlijk,’ zei hij indringend.

‘Natuurlijk!’ zei ik innemend.

‘En als je dan niet won, dan had je altijd een verhaal: te weinig gedronken, slechte voorbereiding, overstekende kinderen. Nieuwe bureaustoel op het werk.’ Hij kwam nu echt los.

‘Ja, zo’n stoel maakt het verschil inderdaad,’ zei ik. ‘Ik heb ook een stoel namelijk.’

‘Maar nu, meneer: alles is perfect. Mijn rijwiel, de voorbereiding, mijn voeding. Gewoon alles. 'Maar wat moet ik dan zeggen als er niet gewonnen wordt?’ Hij keek nu heel erg verongelijkt.

‘Dan zegt u niks?’ zei ik timide.

‘Dat klopt! Niks! Ik moet nu maar zeggen dat ik niet lekker in mijn vel zit, en dat geloven ze ook niet echt meer. 'De sjeu is er vanaf.’ Hij klonk een beetje verdrietig.

‘Oh, jammer,’ zei ik.

‘Ja, vooral die confrontatie hè, met je eigen... zoals wij wielrenners zeggen. Dat was vroeger dus niet. Snapt u dat?’

‘Ja, vroeger,’ en ik zuchtte met hem mee.

Ik probeerde nog te vragen of hij nog even van de zon op zijn plekje wilde genieten. Maar hij was al weg. Zal wel zo moeten van de machine, heel optimaal.

Zijn fiets zoefde wel heel stil. Een rode fiets ook, dat was vroeger een snelle kleur, dat moet ik hem nageven.

Ik bleef nog even zitten.


link naar dit verhaal